Check mijn nieuwe post op Substack. Lees je mijn werk graag? Met een betaald abonnement help je me om te blijven schrijven, fotograferen en publiceren. Dank!
If you enjoy my writing and photography, you can support my work by becoming a paid subscriber on Substack. You’ll receive all my newsletters, updates and exclusive content, while helping me continue creating new stories and images. Or, if you prefer, you can simply buy me a cup of tea.

Het minste gemis
‘Dat heeft een vriend van me speciaal voor mij meegebracht uit Japan,’ zeg ik. Ik schiet vol. ‘Hij is overleden.’
‘Heeft u een voorkeur voor de vorm? Wacht, ik vraag het even na.’ Ze verdwijnt met mijn koksmes naar achteren, waar zo te horen een messenslijper aan het werk is. Even later komt ze terug met het mes in haar handen. Met zwarte stift heeft de slijper drie mogelijkheden erop getekend. Ik kies voor het minste verlies van lemmet. De zogenaamde kokstop. Nooit eerder van gehoord. Fleur, de vriend die me dit mes gaf, is me al ontvallen. Dat verlies is groot genoeg.
Een aantal jaren geleden, na zijn halve wereldreis, liet hij me kiezen uit twee messen. Deze lag lekker in mijn hand. Op mysterieuze wijze zat er vorige week een scheur in het blad, vlak bij de top. Terwijl ik er zo zuinig op ben. Na gebruik berg ik het mes meestal op in de originele doos met Japanse tekens. Eerst nog in een plastic hoesje en daarvoor nog de punt apart in weer een ander plastic hoesje. Hoe zo’n degelijk mes gescheurd kan zijn, is me een raadsel. Het laatste ‘harde’ dat ik ermee heb gesneden, was de zelfgemaakte semifreddo, die volgens mijn dochter niet semi was. Maar het was in elk geval geen baksteen. Wel lekker, dat sowieso.
Ook in Fleur kwam onverwacht een scheur. We waren sinds enkele jaren stevig bevriend geraakt en zagen elkaar vaak. Hij kookte regelmatig voor mijn lief en mij als we weer eens tweehonderd kilometer hadden gereden en in de buurt waren. Ik was van plan in de toekomst héél vaak voor hem te koken, om iets terug te doen voor al die maaltijden. Die kans kreeg ik niet. Hij werd geel, hij werd ziek, hij koos ervoor om te stoppen met leven en dat was dat. Het einde van Fleur en van onze vriendschap. In mijn hart zit nu net zo’n scheur als in het mes en in Fleur.
Wat onverwoestbaar lijkt, kan toch kapot gaan. Het mes om onverklaarbare redenen. Fleur door een ziekte die uit het niets kwam. Mijn hart door Fleur.

Inmiddels ben ik weer thuis. In de keuken hangt aan een magneetstrip het broodmes van mijn ouders en trouwens ook het broodmes van mijn liefs ouders. Het ene met een houten handgreep en het andere met een soort van ivoor. Het verschil in afkomst is tastbaar. Dat met een houten handgreep, veelvuldig door mijn vader zelf geslepen, is heden ten dage nog vlijmscherp. Mijn moeder sloeg er altijd een kruis mee op de onderkant van een vers ongesneden brood alvorens het aan te snijden. Zulke rituelen hebben iets magisch, of je nou in God gelooft of niet. Ik geloof in de liefde. In dit geval de liefde van mijn moeder, die ons gezonde boterhammen wilde voorzetten, zodat we ons op alle mogelijke manieren gezegend zouden voelen.
Om vier uur kan ik het mes weer ophalen in de kookwinkel annex meesterslijperij. Tot vanmorgen was ik er nooit geweest. Een waar koksparadijs. Als Fleur er ooit naartoe was gegaan, zou hij vast helemaal losgeslagen zijn qua aanschaf van kook- en bakspullen. Zijn huis puilde altijd al behoorlijk uit. Ook van de kookboeken die ik allemaal heb geërfd. Ik had er voorheen ongeveer tweehonderd, nu zo’n vijfhonderd.
Als jong meisje sleepte ik een Zwitsers minizakmes in een handtasje met me mee. Het begon na de treinkapingen in de jaren zeventig. Misschien moest ik me ooit tegen iets of iemand verdedigen. Voor de zekerheid had ik ook papiertjes en een pen bij me, zodat ik een hulpkreet op een briefje kon schrijven en uit het raam kon gooien, stel dat onze trein ook gekaapt zou worden op weg naar oma in Heerlen.
Mijn ouders hebben nooit een auto gehad, dus reisden zij met mijn broer en mij overal naartoe met het openbaar vervoer. Met mijn broer speelde ik vaak landjepik. Ken je dat? We wierpen om de beurt een mes in de grond en tekenden vervolgens het veroverde territorium af. Degene die uiteindelijk het grootste gebied had, was de winnaar. Bij mijn broer en landjepik denk ik automatisch aan de grenzen die we ooit in het zand tekenden. Sommige daarvan zijn later, op een andere manier, door hem opnieuw getrokken. Dat sneed dieper dan hij waarschijnlijk vermoedt.
Zo, ik vertrek om Fleurs mes op te halen. Het is zo’n dag waarop emoties naar de oppervlakte dringen. Hopelijk barst ik zo meteen niet in tranen uit in de winkel. Dat zou wat zijn.
Ik trek de deur achter me dicht.
Verdrietig, machteloos, verlaten, dankbaar.
Ik geloof in de liefde.
Zelfs over grenzen heen.
‘Het mes is heel mooi geworden,’ zegt ze met een warme, begripvolle blik als ze het aan me overhandigt.

