Als kunstenaar ben ik eigenlijk altijd aan het werk. Het maakt niet uit welke dag het is of hoe laat het is. Soms word ik wakker met een briljant idee dat zich tijdens mijn slaap heeft gevormd.

Omdat kunstenaars helaas ook veel tijd kwijt zijn aan het onvermijdelijke ondernemerschap dat bij het vak hoort, voelen de momenten waarop ik écht kan fotograferen bijna niet meer als werk.
Dát is juist waar mijn hart ligt, en dus mijn werk. Fotograferen, mezelf uiten in beeld of woord, is voor mij niet slechts een baan, maar een primaire levensbehoefte.
Dát is juist waar mijn hart ligt, en dus mijn werk. Fotograferen, mezelf uiten in beeld of woord, is voor mij niet slechts een baan, maar een primaire levensbehoefte.
Laatst verbleef ik tijdens een reis in een hotel. Het liefst neem ik een kamer met een bad. Die zijn er niet zoveel meer, heb ik gemerkt. Zelfs dáár voel ik de drang om beelden te maken. Of dat nu met mijn camera is of gewoon met mijn telefoon, maakt eigenlijk niet uit. Op die manier heb ik twee jaar van mijn leven doorstaan zonder overspannen te raken. Denk aan mijn boek Skinny Dipping. Doordat ik mezelf twee jaar lang in bad fotografeerde, kwam ik tot rust. Ik kon mijn verhaal kwijt, ook al was dat in stilte.
Juist door te werken laad ik mijn creatieve accu op. Dat een van die foto’s uiteindelijk bij iemand aan de muur terechtkomt, is een prachtige bonus. Ik heb kunnen doen wat ik het liefste doe, mijn accu is weer opgeladen én ik kan er ook nog een volle kar boodschappen bij de Lidl van betalen.
Dankjewel, Erwin Troost. Kiss me, kiss me, kiss me….

