Eigenlijk zou mijn tante Mia vandaag jarig zijn geweest, maar dat gaat niet meer gebeuren.
Bijna anderhalf jaar geleden namen we afscheid van elkaar. Hand in hand. Ik denk nog vaak aan haar. Mooie herinneringen, maar af en toe duikt er ook een meningsverschil op in mijn geheugen. Dat is niet erg. Dat hoort er net zo goed bij. Onze wederzijdse liefde kon die ruzietjes gemakkelijk aan.
Eerst begreep ze helemaal niets van mijn werk (zelfportretten), maar al gauw stond ze op de barricaden als mensen me aanvielen. Een chique man, woonachtig in dezelfde flat als zij in Heerlen, vroeg haar in de lift: ‘Hoe gaat het met die blote vrouw?’ Daarmee doelde hij op mij, haar petekind. Toevallig stond er die dag een lovend stuk over mijn werk en mij in Dagblad De Limburger. Ze liep naar huis om de krant op te halen. Even later belde ze bij de man aan en drukte hem de krant in handen met de woorden: ‘Zo gaat het met mijn hardwerkende petekind.’

En ach, wat steunde ze me in mijn project Silent Scream. Bij elke inzameling of crowdfunding wilde ze iets van me kopen om op die manier aan het project te doneren. Dat heb ik een beetje tegengehouden, want ik hing al vaak genoeg aan haar muur en lag als placemat op tafel.
Ze was later vanuit het Zuiden naar Noord-Limburg verhuisd, omdat ze dan dichter bij de schaarse familie woonde. Ze bleef verlangen naar het Zuiden. Dus toen ze wist dat Silent Scream van start zou gaan in het Gouvernement in Maastricht, kreeg ze weer extra levenskracht. Ze was aanwezig bij de opening en mopperde omdat het geluid tijdens de toespraken niet goed was. Daar had ze gelijk in. Maar wat was ze trots op mij!
Na deze indrukwekkende opening stortte ze beetje bij beetje in en ging ze steeds meer naar definitieve rust verlangen. Die vond ze in maart 2025.
Samen hebben we haar afscheid thuis en in de kerk voorbereid. Toen de zangeres bij haar thuis liedjes kwam voorzingen waaruit ze kon kiezen voor de Heilige Mis, kreeg ze tranen in haar ogen bij ‘Nao ’t Zuuje’ van Lex Uiting. Terwijl ze van tevoren had gezegd dat ze geen liedjes in dialect tijdens de mis wilde, koos ze hier uiteindelijk hartstochtelijk voor. Tijdens de mis zaten sommigen mee te deinen op de muziek, waardoor het afscheid lichter voelde.
In mijn huis kom ik veel ‘oude meuk’ tegen. Van mijn vader en moeder, van mijn tante, van mijn dierbare vriend Fleur. Best lelijke spullen, in de ogen van velen misschien. Niet in de mijne. Want ik zie iets anders dan een Delftsblauwe vaas of een zilveren kaarsenkandelaar. Ik zie mensen die van me hielden en van wie ik heel veel hield.
En voor degenen die de spullen lelijk vinden: het is een kwestie van tijd. Ze worden vast weer een keer hip. De liefde die eraan vastzit, heeft dat probleem niet. Die is tijdloos.